Lachwekkend Nederland
Het voormalige Organon in Oss stuurt ongeveer de helft van zijn werknemersde laan uit. Na vaak vele jaren in dienst te zijn geweest als onderzoekerworden ze afgedankt door het moederbedrijf in de Verenigde Staten. Dat dit voorde betrokken personen een tragedie is, staat buiten kijf. Dat dit voor Oss eentragedie is, is al even duidelijk. Wat we ons echter misschien niet realiserenis dat dit ook voor Nederland een tragedie is. En naar ik vermoed, zal dezetragedie een trend inluiden waarbij voornamelijk buitenlandse op kennisgebaseerde bedrijven besluiten dat Nederland toch niet bepaald de meestgeschikte keuze is als basis voor een wetenschappelijk bedrijf. Ik hoop dat ditniet het geval is, maar ik vrees dat ik gelijk heb.
Nederland probeert zich al jaren halfslachtig te presenteren alskenniseconomie. Zo langzamerhand begint dit steeds meer de vormen van eenrunning gag aan te nemen. Telkens wanneer we een politicus zien die bazelt overNederland als kenniseconomie kunnen we in gedachten gniffelen om de leegheid ofhet gebrek aan realisme van deze uitspraak. Nederland heeft namelijk helemaalgeen kenniseconomie of zelfs maar een kenniscultuur: Nederland vereert eerderde middelmaat en, durf ik het te zeggen, de domheid.
Hoe anders moeten we uitleggen dat een land dat pretendeert om kennis tewillen stimuleren het volgen van een studie duurder wil maken uit hoognodigebezuinigingsdrift maar wel in de nabije toekomst een peperduur internationaalvoetbaltoernooi wil organiseren? Zoiets is een gotspe: In een tijd dat iedereengevraagd wordt verstandig met zijn of haar geld om te gaan en zich te hoedenvoor onnodige uitgaven, gaat een berooide Nederlandse overheid zijn best doenéén van de meest dure evenementen ter wereld binnen te halen.
De Nederlandse politiek en de Nederlandse samenleving zijn natuurlijk ookuiterst in zichzelf gekeerd. Onze internationale positie en het daadwerkelijkwerken aan onze toekomst zijn in de campagnes ondergeschikt aan breekpuntenover zulke uiteindelijk futiele zaken als de hypotheekrenteaftrek en de meningvan een miljoen bange Nederlanders. Ongeacht hun pretenties zijn allegevestigde politieke partijen in ons land vooral bezig met plucheplakkerij enhet afsnoepen van elkaars zetels over doorgaans triviale zaken. Het aanhakenbij de kleingeestige middenmoot blijkt ook uit hoe lijsttrekkers over hetalgemeen campagne voeren: Ze schuiven aan bij RTL Boulevard om te kakelen overde kledingkeuze van Kim Holland, ze bezoeken de Libelle Zomerdagen om het bestemerk stofzuiger uit te kiezen en ze komen bij De Wereld Draait Door een liedjezingen. Helaas is dat allemaal écht erg gewaagd in een tijd van crisis en dathet Nederlandse volk ervan smult, geeft wel aan dat de ware crisis vanNederland er één van geloofwaardigheid is.
Natuurlijk krijgt een volk de politici die het verdient. En laten we welwezen, hoewel we nog lang niet de bedroevend anti-intellectuele houding van deVerenigde Staten bereikt hebben, zijn we wel onderweg. Voor de meesteNederlanders zijn wetenschappers geen mensen die veel aanzien hebben, terwijldeze ‘witte jassen’ wel degenen zijn aan wie we onze grote technologischeverworvenheden te danken hebben. Toch worden wetenschappers gezien als duurbetaalde hobbyisten die met fruitvliegjes spelen en ons aan willen praten datwe minder benzine moeten gebruiken. Er zijn niet veel Nederlanders voor wiejuist een wetenschapper een idool is. Hoe hartverwarmend en hoopgevend zou hetniet zijn wanneer Nederlandse kinderen aangaven dat Stephen Hawking, MadameCurie of Charles Darwin hun grote voorbeeld was in plaats van Wesley Sneijder,Jan Smit of een andere (ex-)geliefde van Yolanthe Cabau van Casbergen? Dit,namelijk het intellectueel stimuleren van de jeugd, zou de voornaamste zorg vande overheid moeten zijn wanneer het de bedoeling is om van Nederland eenkenniseconomie te maken. Hoe kunnen we ooit een dergelijke economie doenontstaan wanneer de jeugd niet gestimuleerd wordt om kennis te zien als eengroot goed en een groots streven?
Iets anders dat mij een doorn in het oog is, is de nog altijd bestaandescheiding tussen openbare en bijzondere scholen. Hoe kan een land dat blijkbaarambieert een kenniseconomie te zijn nu toestaan dat een deel van de jeugdopgeleid wordt door scholen met wereldvreemde opvattingen? Daar komt nog bijdat deze scheiding in onderwijs duur is: Immers, gescheiden onderwijs is duuren inefficiënt. Dat de schoolstrijd überhaupt resulteerde in het subsidiërenvan religieus onderwijs is al erg, en dat dit gedrocht nu nog steeds bestaat isronduit archaïsch en belachelijk.
Feitelijk zijn alle gevestigde politieke partijen, en ik reken daartoe ookde PVV, te veel bezig met elkaar vliegen af te vangen en hun aandeel in demacht te verdedigen, om door te durven pakken. Het grote aantal partijen werktdit wellicht slechts in de hand. Immers, wanneer er zoveel concurrenten zijn ener altijd compromissen gesloten moeten worden, is het zeer risicovol om metgewaagde plannen te komen en al helemaal om lak te hebben aan de mening vanbange anti-intellectuelen. Het paradoxale is dat juist een groot aantalpartijen inhoudt dat de onderlinge verschillen klein zijn wat betreft zowelinhoud als aanpak. We kunnen ons dan ook afvragen of Nederland geen ietwatdoorgeschoten en contraproductieve democratie kent. Dit is een zeer gevoeligeen controversiële vraag die de politiekdirect aan gaat, dus dat het geen issue is in Den Haag is niet verwonderlijk.Ik vraag me echter wel af of de daadwerkelijk bevlogen politici nooit met dezegedachte hebben gespeeld.
Tegenwoordig lezen we, of toch in ieder geval de mensen die wel eens eenkrant lezen die het prentenboek-niveau van de Telegraaf ontstijgt, datNederland onbestuurbaar is geworden. Ik denk persoonlijk dat dit sterkoverdreven is, maar ik denk wel dat het sierlijke Nederlandse zeilschip waar wein het verleden zo trots op konden zijn steeds verder afgetuigd wordt tot eenmoeizaam voort gepeddeld vlot met een bemanning zonder eindhaven voor ogen.
